79. Een latte en een saucijzenbroodje
Zolang ik iets doe, laat doen of ergens naar onderweg ben, is er niet zoveel aan de hand. Het afwachten nekt me, daar ben ik niet zo goed in.
Ik ben onderweg naar het Refaja om een scan te laten maken. Het voelt bijna als een soort quest, een moeilijke mystieke opdracht en we gaan ervoor. Daniëlla is aan het werk en regelt voor me dat ik via een kortere weg het ziekenhuis binnen kan komen. Voordat ik goed en wel door heb waar ik het ziekenhuis nu eigenlijk binnen gekomen ben, staat zij er ook al. We kletsen en lachen wat af!
Ik ben aan de beurt. Hij geeft aan dat hij mijn naam al 2 keer omgeroepen heeft, maar ik was te druk ik gesprek. Hij vindt het wel grappig, gelukkig. In het kleedhokje vraag ik me heel kort af of ze hier schrikken van 1 borst en ik laat het meteen, bijna dezelfde seconde, weer los. Niet mijn probleem! Het gaat heel snel. Omdat ik met Daniëlla heb staan praten, geeft hij in het Gronings (Daniëlla is van hier dus zal ik het ook verstaan) de aanwijzingen en gelukkig snap ik alles. Ik sta binnen 5 minuten weer buiten, hoef niet te wachten en krijg morgen de uitslag via de huisarts. Ik loop nog even langs Daniëlla om gedag te zeggen en ze vraagt of ik weer langs de shortcut naar buiten wil … nou, dat wil ik wel, scheelt een aardige tippel. Even later zit ik voldaan in de auto terug naar huis.
’s Avonds popt er heel af en toe even een twijfeltje dwars door mijn beschermende firewall. Stel dat het uitzaaiingen zijn? Je hoort zoveel mensen die ‘ineens’ ongeneeslijk ziek zijn. Zoveel mensen met uitgezaaide kanker, die misschien eerst ook dachten dat het wel goed zou komen. Ik druk de gedachten weg en ga door met de dagelijkse dingen.
De volgende dag tegen half tien vraag ik me af wanneer ik eigenlijk de dokter zou moeten bellen. Ik heb echt geen idee dus ik bel maar meteen. Ze leest voor wat er in mijn dossier genoteerd staat, maar het is zoveel vakjargon dat we afspreken dat de huisarts mij vanmiddag even terug belt. Weer schiet er een twijfeltje omhoog … stel nou dat …. Vakkundig druk ik het weer weg.

Gelukkig komt Daniëlla koffie drinken, dat leidt tenminste een beetje af. Ineens horen we ‘Guus kom naar huus’ uit mijn telefoon komen. Het is de dokter. Hij is gelukkig kort en bondig; er zijn geen kwaadaardige afwijkingen gevonden, rechts zit nog wel wat vocht, maar dit zien ze ook terug op de vorige foto. In de rechterlong is activiteit te zien wat zou kunnen wijzen op een ontsteking. Het voorstel is om de penicillinekuur eventjes af te wachten. Over een week moet ik even de praktijk bellen hoe het met me gaat.
Oké bedankt! Opgelucht verbreek ik de verbinding.
Oké bedankt! Opgelucht verbreek ik de verbinding.

Pfffff, wat een opluchting is dat !!
Dus ik sukkel opgelucht door, de kuur moet het gaan doen. Over de kuur gesproken; met trots kan ik zeggen dat de vierde chemokuur met succes (gaan we voor het gemak vanuit) is afgerond!
Ik merk heel langzaam verbetering in mijn energiehuishouding, maar natuurlijk vind ik het veel te langzaam gaan. Als ik naar de fysio ga en in de wachtkamer nadenk over hoe het eigenlijk met me gaat, probeer ik contact te maken met mijn lichaam en voel ik dat ik moe ben. Het is een beetje zo’n slepend gevoel. Vervolgens neem ik mijn ochtend door, wat heb ik allemaal gedaan? Brood smeren en drinken klaar maken voor de lunch van Floris, eten voor mezelf maken, tussendoor even de kattenbak uitscheppen, alvast de was in de wasmachine doen, Floris uitzwaaien, kippen voeren, meteen maar even het hok verschonen, kattenbak helemaal schoonmaken; die was te vies, was opvouwen en verdelen over de verschillende kamers, was ophangen.

Ik kijk naar het lijstje in mijn hoofd en laat het even op mij inwerken. Ik kom tot de conclusie dat het best goed met me gaat. Ik ben nog bijna net zo moe als eerst, maar doe veel meer. Als de fysio vraagt hoe het met me gaat, antwoord ik dat het stukken beter gaat.
Het is weer tijd voor de controle. Eerst bloed en daarna naar de dokter. Ik ben weer bij mijn favoriete prikker. Ze prikt in een keer raak en binnen no-time ben ik op weg naar mijn latte + saucijzen broodje. Er heeft niemand tijd om aan te sluiten dus zit ik heerlijk in mijn eigen bubbel koffie te drinken. Wat een traktatie.
De oncoloog vraagt hoe het met me gaat en ik zeg dat het best oké gaat. Ik vertel haar van mijn lijstje bij de fysio en de conclusie. Ze knikt en zegt: ‘het is ook heel wat, wat we je allemaal aandoen. Nou, ja, zo bedoel ik het ook weer niet, maar onderschat die chemopillen niet, het is weliswaar in pilvorm, maar het is nog steeds chemo. Je krijgt ook een behoorlijk hoge dosis. Natuurlijk helemaal passend bij jou, maar toch. Dit heb ik vorige keer ook al benoemd, toch?’ Ik knik. We bespreken de longfoto en ze stelt voor de foto even op het actielijstje van de longarts te zetten, zodat hij heel even mee kan kijken. Ik vind het een goed plan met een spannend randje, maar kan het prima van me af zetten. Ze vraagt hoe het met mijn vingertoppen gaat. Ik vertel dat ik om de dag, voor het slapen gaan, mijn handen flink in pap met vette zalf en dan een paar siliconen ziekenhuishandschoentjes aan doe en zo ga slapen. De volgende dag zijn mijn handen heerlijk zacht. Ze glimlacht en zegt: ‘er zijn maar weinig mensen die deze dosis zo goed verdragen. Ik blijf het heel bijzonder vinden. Je lijkt ook zo kalm onder dit alles.’ Ik knik. Het klopt wel wat ze zegt, ik ben ook heel kalm en enigszins berustend. Ik heb vertrouwen in de toekomst en in de doktoren, maar blijf te allen tijde wel alert.
Natuurlijk ben ik soms bang. Maar dat mag mijn leven niet gaan beheersen. Zoals Robert Long ooit zong: heb je angst voor morgen? Dan moet je vandaag gaan hangen.
Wat mij betreft mag het wel iets genuanceerder, maar het heeft wel de basis gevormd van mijn overtuiging dat ik de angst niet mijn leven laat bepalen.
februari 2025
volgende: 80. Nummer vijf en zes zitten erin