78. Hoeveel mindfulness kun je aan
Ik slaap veel en heb niet zoveel zin om dingen te ondernemen. In eerste instantie ga ik er
van uit dat het van de drukke decembermaand komt. In tweede instantie realiseer ik me dat het natuurlijk ook een of ander virus kan zijn. Er gaat altijd wel iets rond.

2 Januari voel ik me nog belabberder dan de dag ervoor en vraag ik Robert om mijn temperatuur op te nemen met onze oorthermometer. Op een of andere manier heb ik steeds ruzie met dat ding en Robert lijkt er toch beter in te zijn. 38.4 … Later nog maar eens proberen is mijn strategie. 38.8, oei, dat is dus helemaal niet de bedoeling, dan moet ik bellen! Ik bel en ze belooft me terug te bellen. Gelukkig hoef ik niet te komen, gewoon uitzieken, paracetamolletje erin en rustig aan.
Oké, gaan we doen, lekker op de bank onder een dekentje. De koorts gaat omlaag en weer omhoog en uiteindelijk, na een paar dagen, verdwijnt de koorts. De vermoeidheid blijft echter en daar baal ik wel van. Mijn leven is echt zo mindfull these days!! Alles gaat werkelijk heel langzaam. Als ik de was heb opgehangen ga ik op de bank en slaap ik zo een of twee uur. Als ik de kachel bijvul, val ik vervolgens op de stoel naast de kachel in slaap. En zo gaan we door. De snelheid is eruit. Ik vind dat nog niet zo gemakkelijk, maar geef me er maar aan over. Na twee weken ben ik er helemaal klaar mee en besluit ik dat het tijd is voor een verfrissende wandeling. Daniëlla, Toby en ik passen de afstand wat aan en het gaat eigenlijk best heel goed. We lopen 3 km zonder problemen, dus ik ben blij.

Helemaal gelukkig loop ik naar het kleine restaurantje en bestel een latte macchiato en
een saucijzenbroodje. Een paar minuten later komt Roos, die ik gisteravond uitgenodigd had, aan lopen. We kunnen heerlijk ruim een uur kletsen en koffie drinken. We nemen afscheid en ik loop zonder te verdwalen in een keer naar de wachtruimte van de oncoloog.
De oncoloog vraagt hoe het met me gaat en ik zeg dat het goed gaat. Ik vertel haar wel van de vermoeidheid en vraag of ik misschien bloedarmoede heb. ‘Nee, je bloedwaarden zijn uitstekend, daar is niks mis mee. Er gaat wel van alles rond, dus je kunt best iets onder de leden hebben. Als ik jou was zou ik in plaats van morgen, pas maandag met de kuur beginnen. Dan heb je nog even een paar dagen extra om bij te komen. Want je hebt wel een hele hoge dosering. Het pas wel bij je, maar toch.’ Ze rekent uit hoeveel ik zou kunnen hebben met mijn nieuwe gewicht en komt uit op 4800mg. Hm, ik zit nu op 5000 mg. Dat scheelt bijna niks. Ze legt uit dat ook 4800 nog afgerond wordt naar 5000, maar ze oppert ook het plan dat het naar 4500 afgerond kan worden. Dan zou ik in plaats van 5 maar 4 pillen moeten slikken twee keer per dag. Ik ben nog aan het overwegen als ze aangeeft dat het qua bijwerken niets zal schelen omdat 4500 ook een hoge dosering is. ‘En omdat jij heel weinig bijwerkingen hebt, zou ik het niet meteen verlagen. Het is heel bijzonder maar heel weinig mensen kunnen deze dosering aan met zo weinig bijwerkingen.’ Ik knik, prima, doe maar de 5000 dan. Ik mag bellen als het toch niet gaat. We nemen afscheid, zij wenst me veel succes en ik bedank haar.
een saucijzenbroodje. Een paar minuten later komt Roos, die ik gisteravond uitgenodigd had, aan lopen. We kunnen heerlijk ruim een uur kletsen en koffie drinken. We nemen afscheid en ik loop zonder te verdwalen in een keer naar de wachtruimte van de oncoloog.
De oncoloog vraagt hoe het met me gaat en ik zeg dat het goed gaat. Ik vertel haar wel van de vermoeidheid en vraag of ik misschien bloedarmoede heb. ‘Nee, je bloedwaarden zijn uitstekend, daar is niks mis mee. Er gaat wel van alles rond, dus je kunt best iets onder de leden hebben. Als ik jou was zou ik in plaats van morgen, pas maandag met de kuur beginnen. Dan heb je nog even een paar dagen extra om bij te komen. Want je hebt wel een hele hoge dosering. Het pas wel bij je, maar toch.’ Ze rekent uit hoeveel ik zou kunnen hebben met mijn nieuwe gewicht en komt uit op 4800mg. Hm, ik zit nu op 5000 mg. Dat scheelt bijna niks. Ze legt uit dat ook 4800 nog afgerond wordt naar 5000, maar ze oppert ook het plan dat het naar 4500 afgerond kan worden. Dan zou ik in plaats van 5 maar 4 pillen moeten slikken twee keer per dag. Ik ben nog aan het overwegen als ze aangeeft dat het qua bijwerken niets zal schelen omdat 4500 ook een hoge dosering is. ‘En omdat jij heel weinig bijwerkingen hebt, zou ik het niet meteen verlagen. Het is heel bijzonder maar heel weinig mensen kunnen deze dosering aan met zo weinig bijwerkingen.’ Ik knik, prima, doe maar de 5000 dan. Ik mag bellen als het toch niet gaat. We nemen afscheid, zij wenst me veel succes en ik bedank haar.

Ik geef mijn bestelling door bij de Politheek en duik, omdat dit wel even gaat duren, het restaurant weer in; nog een latte, maak me gek, wat een feest! Ik neem er geen saucijzenbroodje of gevulde koek bij omdat we allemaal nog weten wat het meisje van Milner zei; ‘wat er niet aan komt, hoeft er ook niet af’. Vreselijk stomme reclame vond ik dat destijds, maar ja, het is wel waar.
De fysiotherapeut is tevreden over mijn rechterkant. De littekens zien er heel mooi uit en de huid trekt ook behoorlijk bij. Het is al bijna weer de originele kleur, daar ben ik blij mee. Er zit nog wel wat vocht, maar dat kan ze in de loop der tijd wel weg masseren. Ik ga iedere week naar haar toe om mijn voormalig operatiegebied soepel te houden. Zij zorgt ervoor dat mijn littekens niet gaan verkleven of stug worden. Ik ben er blij mee en waar ik zo mogelijk nog blijer om ben is dat ik daar geen of weinig gevoel heb. Als de fysiotherapeut bezig is voel ik soort van heel in de verte hoe onaangenaam het zou zijn, als ik daar wel gevoel zou hebben. Gelukje bij een ongelukje, laten we het zo noemen.

Als ik thuis kom, vertel ik Robert wat we besproken hebben en daarna stap ik meteen in de auto om naar het ziekenhuis te rijden voor een foto. Ergens vind ik het wel heel spannend en dan de ongezonde versie van spannend.
januari 2025
vorige: 77. Huilend rent hij weg
volgende: 79. Een latte en een saucijzenbroodje